Geschiedenis

Enkele jaren geleden, 28 juni 2002, is een van de oprichters van de vereniging en grondlegger van de jachthaven van Oosterhout, Minne Nieuwhof,  overleden.
Hij heeft mij een aantal documenten en verslagen nagelaten. Daaronder bevindt zich het hieronder, bijna letterlijk overgenomen, verslag. 

Iets over de voorgeschiedenis.               door Minne Nieuwhof      21 april 1989 

Als ergens het gezegde van toepassing is dat “de tijd zijn werk” doet  dan is dit het geval bij de ontwikkeling en aanleg van de jachthaven in  Oosterhout.

Gestart in oktober 1979 zat er de eerste jaren weinig schot in tot dat in augustus 1983 de  gemeente Oosterhout bij Rijkswaterstaat gaat
informeren of het aanleggen van een jachthaven nabij de zwaaikom realiseerbaar wordt geacht.

(c) wsv sluis 1

In Oktober 1984 is er een plan en is voor een locatie gekozen tegenover de loswal. Een deel van de benodigde grond is in handen van
particulieren die niets willen verkopen. We kunnen stellen “gelukkig maar” want anders hadden we als overbuurman het sloopbedrijf
van o.a. de fa. de Vos gehad. 

Verder waren er een aantal instanties die nu niet direct stonden te springen voor een jachthaven in Oosterhout, waaronder de belangrijkste opposant
“het recreatieschap de Biesbos”  

Van gemeentezijde vindt men in februari 1985 dat er voldoende argumenten voorhanden zijn om aan de provincie een principe uitspraak
te vragen omtrent het aanleggen van een jachthaven in Oosterhout. Ook het recreatieschap wordt door de gemeente met argumenten
benaderd om mee te werken inzake een jachthaven in Oosterhout.

Inmiddels wordt eind 1985 vastgesteld dat de locatie tegenover de loswal niet haalbaar is gezien de problemen met de grondverwerving.

In deze periode gaat het recreatieschap overstag en geeft een aantal voorwaarden aan waaronder een haven in Oosterhout realiseerbaar is.

Dankzij de inventiviteit van de heer van Dongen (projectleider van de gemeente, red) wordt overgeschakeld naar een andere locatie, die
waar nu de haven is gegraven.

Een door ons ingediend plan voor deze locatie werd door B&W als niet realiseerbaar van de hand gewezen, er moest een nieuw plan worden ingediend.
Het lukte ons een weliswaar gefaseerd, maar door B&W wel haalbaar geacht financieel plan in te dienen. 

Verdere ups en downs zal ik u besparen, maar u kunt me geloven – het waren er vele-

Van belang was dat de vereniging Sluis I kon beschikken over geroutineerde, vakbekwame krachten die als technische commissie, gesteund
door het bestuur, aan de slag gingen.

Deze mensen konden het niet alleen en dat hoefde ook niet omdat ook andere leden ruimschoots hun aandeel hebben geleverd.

Als voorspel gold min of meer het realiseren van 25 ligplaatsen in de industriehaven “Weststad”. Hiermee werd veel ervaring opgedaan en
inzicht verkregen in de prestaties en werkbereidheid van de leden. Dit karwei verliep vrijwel zonder stagnatie en werd in 7 weken afgewerkt.

                                (c) wsv sluis 1               

                                                                  Haven van Weststad in aanbouw 

                                       

                                                      Opening van haven in Weststad

                                                                 

De Haven 

Eerst nog wat informatie over de voorbereidingsfase. Voor het aanleggen van de haven werd een aannemer ingeschakeld die de ontgronding
uitvoerde en tevens het aanbrengen van de oeververdediging en het heien van de meerpalen verzorgde.

                                     

                                                                         

                                 

                                                                         

                                   

                                                                     

Alle uitzetwerk werd in eigen beheer uitgevoerd zoals – het terrein – de haven – de taluds en het tegelpad dat door de leden werd uitgevoerd.

                                     

Het hekwerk dat tot nu toe is geplaatst werd ook door de leden aangebracht. 

De Werkruimte

Voor het aanmaken van de drijvende steigers kon voor het Weststad gedeelte een ruimte op de Vijf Eiken van een relatie worden benut, die
nu niet meer beschikbaar was. We moesten naar wat anders omzien. Onderzoek leerde dat het voor twee jaar huren van een nissenhut of
containers toch vrij kostbaar was. Besloten werd daarom zelf een werkplaats te bouwen in de vorm van het havengebouw.

                                                

                                                                     

 Gepleegde acties en cijfers voor het realiseren van de bouw:

Kontakten met:

Wethouders, projectleider, ambtenaren, aannemers, nutsbedrijven, domeinen, de provincie, Rijkswaterstaat etc.

Het ging o.a. over:

Financiële plannen, geldlening, grondoverdracht, bouwvergunningen, uitvoering van het werk, ligging en omleggen van leidingen,
proefboringen, ontgronding etc.

Er werd:

60 – 70.000 m³ zand ontgraven.

420 meter oeververdediging aangebracht.

640 m² grasbetontegels gelegd.

ca. 400 meter tegelpad gelegd.

een complete sluis verwijderd m.u.v. het sluishoofd, dat nu in het talud is opgenomen voor een botenhefinrichting.

Veel leden waren steeds actief bij het inrichten van de haven en het verhogen van het sluishoofd, waarin onder meer ca 30 m³ beton
werd verwerkt.

                                                       

 

Voor het aanmaken van de drijvende steigers werden:

planken verwerkt met een totale lengte van 3 kilometer.

148 drijvers van plaatsstaal met een totaal eigen gewicht van 18.480 kg. (18.5 ton)

daaraan werden 1024 m (ruim 1 kilometer) naden gelast.

Voor de totale constructie, inclusief de drijvers, werden:

5448 delen op maat gezaagd.

10.202 gaten geboord, meestal 2 x ivm voorboren.

36.049 kg staal verwerkt.

                                             

En dit alles in eigen beheer door de leden verricht, evenals het gebouw wat, op het voegwerk en de dakbedekking na, geheel door eigen leden
werd uitgevoerd. 

                                    

                                                 

 Met dank aan Els Nieuwhof, die toestemming gaf dit verslag op de website te plaatsen.

Pieter W. Schenk.